NL | EN | DE

Mona

Leeftijd: 7 jaar
Binnengebracht: 08 - 2015
Gevonden in: Janang, Tempunak
Janang, Tempunak

Achtergrond

De man die Mona als huisdier hield, kwam uit de omgeving van Tembak. Hij vertelde dat hij tijdens het jagen de orang-oetanbaby zonder haar moeder in het bos had gevonden en haar mee naar huis had genomen. Ze was zo mager dat hij besloot contact op te nemen met het SOC, omdat hij bang was dat de orang-oetanbaby het anders niet zou redden. Ze wordt nu goed verzorgd in het SOC.

Eigenschappen

Mona is een vriendelijk meisje dat goed met de andere, jonge orang-oetans kan opschieten. Aming is onbetwist haar beste vried, maar ze vindt het ook vaak fijn om alleen te spelen.

Voortgang

Mona wordt steeds actiever en leert al goed klimmen. Veel verrijkingsmaterialen zijn nog een beetje moeilijk voor haar, maar ze kijkt naar de andere orang-oetans om te zien hoe zij met hun verrijkingsmateriaal omgaan.

Opvang

(huidige locatie)
Het Sintang Orangutan Center (SOC) vangt orang-oetans op die als huisdier of handelswaar gevangen hebben gezeten. Vaak zijn de orang-oetans getraumatiseerd omdat ze al heel jong bij hun moeder zijn weggehaald en omdat hun moeder voor hun ogen is gedood. Bij het SOC krijgen ze liefdevolle, professionele verzorging en wordt hun natuurlijke gedrag gestimuleerd. Zo worden ze uitgedaagd om verschillende soorten voedsel te proeven en te eten, nesten te bouwen en problemen op te lossen. Daarnaast kunnen ze hun klimvaardigheden verbeteren en komen ze volop in contact met andere orang-oetans. Het doel is om ze uiteindelijk uit te zetten in hun natuurlijke omgeving: het oerwoud.

Oefenbos

Tembak Lestari is een stuk tropisch woud in de binnenlanden van West-Kalimantan. Het gebied is ingericht als oefenbos voor de orang-oetans die in het SOC voldoende zijn hersteld. Onder begeleiding van de lokale staf leren de orang-oetans stap voor stap zelfstandig te leven in hun natuurlijke omgeving. Zo leren ze in het oefenbos zelf voedsel te verzamelen, nesten te bouwen in een echt bos en beter te klimmen.

Uitzetting

Als de orang-oetans in het oefenbos hebben laten zien dat zij zelfstandig kunnen overleven in het wild en alle nodige vaardigheden voldoende bezitten, dan kunnen ze worden uitgezet in beschermde bosgebieden. Hier worden ze in het begin nog in de gaten gehouden, maar uiteindelijk zullen ze in alle vrijheid hun bestaan kunnen voortzetten. Eén van die gebieden is het Saranbos ten westen van Tembak. Omliggende dorpen werken samen om dit bos te behouden en te beschermen.

Populair spelletje

Mona en en haar beste vriend Aming waren altijd onafscheidelijk. Waar een van hen ook zou gaan, de ander zou volgen. En als een van hen misschien uit het zicht zou verdwijnen, zou de ander gaan schreeuwen. Maar even waren de dingen niet meer zoals ze vroeger waren in het oefenbosgemeenschap. Ineens stond Mona’s beste vriend Aming haar niet meer toe bij hem in zijn nest te slapen en negeerde Aming haar volledig. Na een paar dagen was dat weer over. Het blijft onduidelijk wat er tussen hen is gebeurd, maar inmiddels delen Mona en Aming weer een nest. Mona is een erg slimme en nieuwsgierige orang-oetan die graag nieuwe dingen uitprobeert. Ze stript vaak schors van kleine bomen om bij de zachte laag cambium te komen, die ze met haar tanden van de binnenkant van de schors schraapt. Dit is best zwaar werk en ooit heeft ze er drie volle uren aan besteed met als beloning een niet erg voedzaam boomsap. Hoog in een boom gezeten vond Mona een tak bedekt met rode mieren. Rode mieren zijn een smakelijke en voedzame traktatie, maar ze zijn meestal erg agressief. Om niet gebeten te worden, brak Mona de tak af en liet hem op de grond vallen. Mona klom naar beneden en begon van en naar de tak te rennen, in een poging de gedesoriënteerde mieren een voor een te pakken zonder zonder gebeten te worden. Mona is een echte gastronoom. Terwijl de andere orang-oetans hun eten in een oogwenk opeten, neemt Mona echt de tijd om van haar fruit en groenten te genieten. Ze kauwt langzaam op haar eten en geniet ervan. Nog opmerkelijker is dat ze het graag wegspoelt met een paar slokken water. Zij is de enige met zulke onderscheidende tafelmanieren tussen de andere orang-oetans. En haar eigenaardigheden houden daar niet op. Ze drinkt niet alleen graag wat water na het eten, ze speelt er ook graag mee. Elke keer als er een dikke, holle bamboestok overblijft van een van de  verrijkingsactiviteiten, zal ze die gebruiken om er water mee over haar hoofd te gieten. Ze is echter niet de eerste die graag zo speelt. Ze had dit Dora al eerder zien doen en omdat Dora er erg van leek te genieten, nam Mona het gedrag over. En momenteel leert Victoria het weer van Mona. Water over je hoofd gieten met een stuk bamboe is een soort rage geworden in het oefenbos. Het lijkt heel erg op de manier waarop mensenkinderen nieuwe ideeën uitproberen en van elkaar kopiëren, nieuwsgierig naar waar het allemaal om draait.

Lees meer

Sociaal gedrag

Mona (vijf) en Selly (zes) zitten samen in dezelfde klas in het oefenbos Jerora, samen met  Aming, Boy en Maya. Mona en Selly zijn heel goede vrienden maar hun vriendschap kent ook wel scherpe kantjes. Selly is de dominantste van de twee en wil weleens, als zij en Mona samen in hun nachtverblijf zijn, proberen eten van Mona te stelen. Ze drijft Mona in een hoek en haalt, soms hardhandig, het eten uit Mona’s mond. Opvallend genoeg gebeurt dit alleen als ze samen in het nachtverblijf zijn. Als zij samen hun lessen in het oefenbos krijgen kan Mona eten wat ze wil en zal Selly het niet afpakken. Het is nog niet duidelijk waarom Selly’s gedrag zo anders is als zij in of buiten het nachtverblijf is. Mona is nog jong maar ze raakt toch minder geïnteresseerd in de verzorgende armen van de de verzorgers. Ze ontwijkt lichamelijk contact met de andere orang-oetans zoals omhelzingen of samen stoeien. Dit is een goed teken want het laat zien dat zij meer en meer onafhankelijk wordt. In een situatie van meerdere orang-oetans bij elkaar, zoals in het opvangcentrum, zou je verwachten dat de sociale ontwikkeling van orang-oetans anders verloopt dan bij orang-oetans die in het wild opgroeien. Maar dit is toch niet het geval. Mona was slechts een paar maanden oud toen zij in het Sintang Orangutan Center (SOC) kwam. Haar gedrag wordt blijkbaar grotendeels instinctief en intrinsiek bepaald. Maar er zijn ook veel geredde orang-oetans die leiden aan trauma’s die zij in hun jonge jaren hebben opgelopen waardoor zij andere behoeften hebben. Zoals Beno bijvoorbeeld. Beno kwam op zesjarige leeftijd in het SOC en is nu twaalf, een adolescent. Beno vindt het nog steeds heerlijk om door zijn verzorgers vastgehouden te worden. Hij huilt nog veel en kan het beste opschieten met jongere orang-oetans. Beno’s kinderlijke gedrag is te wijten aan een tekort aan ontwikkeling van zijn overlevingsvaardigheden. Beno heeft nog maar één keer bladeren direct van een boom gegeten en hoewel hij een goede klimmer is blijft hij meestal de hele dag in één en dezelfde boom zitten. Als Beno niet veel vooruitgang laat zien in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling en in zijn vaardigheden die nodig zijn om te kunnen overleven in het wild, zal hij niet snel op de nominatie komen om te worden vrijgelaten.

Lees meer

Op elkaar passen

Mona boekt goede vooruitgang. Elke dag van ’s ochtends tot ’s middags brengt ze veel tijd door in de middelhoge takken van de bomen. In de middag klimt ze naar beneden om op de bosvloer naar voedsel te zoeken. Ze brengt in het oefenbos veel tijd door met Manfred, een klein orang-oetanmannetje. Het lijkt erop dat ze zelfs een beetje op elkaar passen. Mona ontwikkelt ook een gezonde reactie op nieuwe dingen. Pas geleden legde een verzorger als verrijkingsmateriaal een jerrycan met gekleurd zetmeel erop gesmeerd in haar verblijf. Zoiets had ze nog niet gezien. Het eerste wat ze deed was terugdeinsen en angstig grijnzen. De verzorger pakte toen de jerrycan weg en legde er bladeren voor in de plaats. Dat herkende ze tenminste, en ze begon er lekker van te eten. Maar aan sommige bladeren was een beetje van het kleurrijke zetmeel blijven plakken en daar at zij voorzichtig omheen. Dit gedrag zien wij graag. Nieuwsgierigheid is een belangrijke eigenschap voor orang-oetans, maar gezonde terughoudendheid ook. Het regenwoud zit vol met dingen die je niet zomaar vast kan grijpen of in je mond kan stoppen.

Lees meer

Plompe lori

Pas geleden was een van de verzorgers orang-oetan Bos Benni aan het observeren. Op dat moment had Bos Benni een paar rotanscheuten hoog mee in de boom genomen om ze daar lekker rustig op te eten. In de boom naast hem waren Mona en Aming druk in de weer. Het was duidelijk dat iets hun aandacht had getrokken. Nadat hij genoeg had gegeten, klom Bos naar de boom waar Mona en Aming in zaten om te kijken wat zij aan het doen waren. Toen pas zag de verzorger waar Mona en Aming zo opgewonden door waren: ze hadden in de boom een plompe lori gevonden. Zoiets hadden ze nog nooit gezien. Heel voorzichtig probeerden ze steeds een beetje dichterbij te komen om het dier beter te kunnen zien, maar ze vonden dat onbekende beest toch wel een beetje eng. Bijna twee uur lang hebben de drie orang-oetans de plompe lori aandachtig geobserveerd. De plompe lori was overigens doodsbang met drie van die grote, onstuimige apen om hem een. Uiteindelijk was de nieuwigheid er wel van af en lieten Mona, Aming en Bos het dier met rust.  

Lees meer

Dikke vrienden

Mona is zeer goed bevriend met Aming. De dagelijkse activiteiten in het oefenbos doen ze vaak samen. Soms deelt Mona haar voedsel met Aming, waarbij ze af en toe het voedsel zelfs in de mond van Aming stopt.  

Lees meer

Ik ben zover!

Mona maakte in 2018 al een grote sprong in haar ontwikkeling in het SOC. Ze is nog steeds heel goed bevriend met Aming maar ze huilt niet meer als ze hem even niet ziet. In het begin, toen ze samen nog in hetzelfde nachtverblijf zaten met andere baby’s zorgde Aming altijd bijzonder goed voor Mona. Als zij een beetje geplaagd werd door de anderen deed Aming zijn best om haar te beschermen. Maar de situatie is nu toch veranderd; Mona is geen baby meer. Ze is gegroeid en wordt al een sterke meid! Haar band met Aming is nog wel hecht, als broer en zus. Ze ontwikkelt haar vaardigheden erg goed. Ze is al heel goed in het vinden van oplossingen om voedsel uit de speciale pakketjes te krijgen, die de verzorgers voor haar maken. Ze houdt van fruit en groente en kan al een eenvoudig nest maken. Dit zijn signalen die aangeven dat zij binnenkort klaar is voor een overplaatsing naar een oefenbos.

Lees meer

Blijven oefenen

De orang-oetans krijgen elke dag verrijking aangeboden. Dat wil zeggen voedsel dat ergens in verstopt zit en waar moeite voor gedaan moet worden.

Lees meer

Wees niet zo lui!

Elke dag krijgen de orang-oetans in het SOC verschillende vormen van verrijking om hun natuurlijke instinct om eten te vinden te stimuleren, om te leren zelf hun problemen op te lossen en om ze bezig te houden. Op een dag kregen de orang-oetans van de verzorgers een kokosnoot. Normaalgesproken helpen de verzorgers de baby’s om de schil en vezels eraf te krijgen. Maar deze keer moesten ze het zelf proberen.

Lees meer

Uitnodiging geweigerd

Gedurende de tijd dat de orang-oetans in het SOC zijn, geven de verzorgers hen elke dag verschillende verrijkingsmaterialen waarmee ze leren problemen op te lossen om bij eten te komen. Voor de een soms makkelijk en snel gedaan, terwijl daar voor een ander meer uitdaging in zit en het meer tijd kost.

Lees meer

Run op kangkung

Mona is in de afgelopen periode een heel goede klimmer geworden. Wanneer de verzorgers haar naar de bomen buiten de verblijven brengen kan Mona al in haar eentje heel gemakkelijk in kleine bomen klimmen en van de ene naar de andere boom zwieren zonder eerst naar beneden te hoeven komen.

Lees meer

Vrienden voor altijd

Tijdens het werk in het Sintang Orangutan Center (SOC) dragen alle verzorgers een uniform om te voorkomen dat ziektes van buitenaf op de orang-oetans kunnen worden overgedragen. Omdat het DNA van orang-oetans bijna gelijk is aan die van de mens kunnen zij dezelfde ziektes oplopen. Sterker nog, bacteriën en virussen waar de mens slechts in geringe mate ziek van kan worden, kunnen bij orang-oetans in het SOC veel ernstiger klachten geven. Dat komt omdat hun lichaam niet bekend is met (het vechten tegen) bepaalde ziektekiemen. Het aantrekken van een uniform voor het betreden van het SOC verlaagt het risico van ziektes binnen het centrum. Onlangs heeft het SOC een donatie ontvangen voor nieuwe, geschikte uniformen voor de verzorgers. Vriendelijke olifant Voordat we deze donatie ontvingen droegen de teamleden hun eigen werkkleding die gewassen werd in het centrum. Een van de verzorgers droeg vaak een t-shirt met een afbeelding van een grote vriendelijke olifant erop. Niet alle orang-oetans waren ervan overtuigd dat het ging om een vriendelijke olifant. Iedere keer als de verzorger in de buurt van de jonge orang-oetan Iga kwam rende ze schreeuwend weg. Bij het uniform horen ook maskers om de overdracht van bacteriën en ziektekiemen te voorkomen, maar ook om de verzorgers te beschermen bij het opruimen van de mest van de orang-oetans. Laarzen worden gebruikt wanneer de verzorgers de verblijven schoonmaken met desinfectans ter bestrijding van micro-organismen die slecht zijn voor zowel mensen als orang-oetans. Bij het schoonmaken van de verblijven worden handschoenen gebruikt maar ook bij het uitdelen van voer aan de orang-oetans. Normaal gesproken komen de orang-oetans naar de verzorgers toegesneld als zij voedsel komen brengen. Een van de verzorgers zag dat Mona juist in de andere richting rende, ver weg van het voedsel. Ze bleek erg bang te zijn van de handschoenen van de verzorgers. Toen de verzorgers dat ontdekt hadden gaven zij het voedsel aan Mona zonder handschoenen. Nu komt Mona weer rustig haar voedsel ophalen. Soms zijn orang-oetans bang van de kleinste dingen, maar ze zijn ook weer gemakkelijk gerust te stellen als er op de juiste manier op gereageerd wordt door de verzorgers. Mona en Aming, vrienden voor altijd. In het SOC leven de orang-oetanbaby’s samen in het babyverblijf, waar ze samen kunnen spelen, eten en slapen. Elke orang-oetanbaby in het SOC heeft wel een goede vriend(in) waar hij of zij het liefst mee optrekt. Mona en Aming bijvoorbeeld zijn al goede vrienden sinds zij bij het SOC zijn binnengebracht. Ze konden niet meteen naar het babyverblijf omdat ze in vergelijking met de andere baby’s nog te klein waren. Als Mona en Aming vanaf het begin bij de grotere baby’s gezet zouden worden dan zouden ze veel door de grotere orang-oetans gepest worden. Daarom zaten zij de eerste maanden samen in een apart verblijf. In het SOC wordt altijd gekeken naar ideale combinaties van orang-oetans om hen een veilig, harmonieus thuis te bieden zolang zij in het centrum verblijven. Inmiddels zitten Mona en Aming samen met de andere baby’s in het grote babyverblijf. Tijdens onderhoudswerkzaamheden aan het babyverblijf een aantal weken geleden, moesten de verzorgers de baby’s tijdelijk overbrengen naar aparte verblijven binnen het centrum. Toen de verzorgers Aming naar een ander verblijf brachten begon Mona heel hard te huilen. Sommige vrienden willen altijd heel dicht bij elkaar zijn… Maya and Selly imiteren elkaar Goede vriendschappen kunnen ook heel nuttig zijn tijdens het rehabilitatieproces. De orang-oetans kunnen veel van elkaar leren. In het wild hebben de baby’s hun moeder die hen alles leert zodat ze kunnen uitgroeien tot evenwichtige volwassenen die zelfstandig kunnen overleven in het wild. In het wild blijven orang-oetanbaby’s tot hun achtste levensjaar bij hun moeder. De orang-oetans die in het SOC zijn binnengebracht zijn allemaal wezen, ze leren hun overlevingsvaardigheden van hun vriendjes en de verzorgers in het SOC. De orang-oetans in het SOC nemen niet alleen nuttige vaardigheden van elkaar over, maar ze imiteren elkaar soms ook gewoon omdat ze goede vrienden zijn. Zoals Maya en Selly. Op het moment dat de baby’s allemaal een fles melk krijgen, drinken zij het allebei heel snel op en bewaren nog een tijdje wat melk in hun mond terwijl ze wat rondklimmen. Misschien is dat hun manier om de melk veilig te stellen en te voorkomen dat anderen hun fles zullen afpakken. Goed nagedacht! Waar is de flesopener? Soms krijgen de orang-oetanbaby’s hun voedsel in een fles. Ze moeten iets bedenken om toch bij het voedsel te kunnen komen. Zo leren ze problemen op te lossen. Dit noemen we voedselverrijking. Mona heeft zo haar eigen manier om het probleem van het voedsel in de fles op te lossen. Ze was heel hard bezig om het voedsel uit de fles te krijgen. Hoe hard ze ook probeerde, ze had geen succes. Ze keek om zich heen en zag dat Selly haar eigen fles kapot had gemaakt. Mona ging naar Selly toe en ruilde haar fles met die van Selly. Selly maakte er geen probleem van en begon meteen weer met het kapot maken van haar nieuwe fles. Hoewel andermans voedsel afpakken een van Mona’s gewoontes is, heeft ze nu ook geleerd dat ruilen haar iets oplevert als ze zelf iets niet kan. Hopelijk leert ze uiteindelijk, door de voedselverrijking die ze krijgt, toch zelf haar problemen op te lossen.

Lees meer

Natuurtalent

Sinds Mona haar vaardigheden oefent tijdens haar lessen in het oefenbos, heeft ze al veel geleerd. Ze vindt het fantastisch in het oefenbos. Zij gaat altijd samen met Aming en Jacques naar het oefenbos en is van de drie het meest actief. Ze beschikt over goede klimvaardigheden en heeft geen problemen met hoogte of het overstappen van de ene naar de andere boom. Ze weet precies welke boomschors en bladeren eetbaar zijn en weet ze ook te vinden. De verzorgers hebben ook gezien dat ze weet welke insecten ze kan eten. Het is fantastisch om haar zoveel progressie te zien maken. Mona gaat dus vooruit, maar jammer genoeg kan dat niet gezegd worden over haar vriend Aming. Met zijn klimvaardigheden blijft hij achter op Mona en hij is niet erg actief in het oefenbos. Hij klimt maar korte periodes. Op het moment blijft hij het liefst op de grond. Aming weet wel waar hij fruit kan vinden in het oefenbos.

Lees meer

Melk, de witte motor

Orang-oetans kunnen hun handen en voeten “op slot” zetten als ze iets vasthouden. Dat stelt ze in staat om hoog in de bomen een tukje te doen als er geen nest voor handen is. Mona maakt van die eigenschap graag gebruik. Regelmatig doet ze hangend aan het hekwerk van haar verblijf een tukje. Aming vind het ontzettend leuk om Mona, terwijl ze dromend aan het hekwerk bungelt, flink te laten schrikken. Aming is zelf soms ook niet helemaal wakker. Pas geleden zat Aming een rambutan (een vrucht met een harige schil) te eten, terwijl hij gebiologeerd toekeek hoe Mona een soort bengkoang (soort knol) naar binnen zat te werken. Terwijl hij duidelijk niet in de gaten had wat hij deed, stak hij een stuk van de harige, bittere schil in zijn mond. Aming kwam abrupt weer bij zinnen en spuugde de schil zo snel mogelijk weer uit. Melk, de witte motor Twee keer per dag krijgen de bab’s een fles lauwwarme melk. Alle orang-oetans houden van melk, maar alleen de baby’s mogen het hebben. Dat levert soms jaloerse blikken op van de anderen. Na een lange dag klimmen, slingeren en spelen is een fles melk een lekkere dorstlesser. Vooral Mona laat het zich goed smaken. Een poosje terug liet ze een harde boer die haar duidelijk veel voldoening gaf. Daarna rolde ze op de grond om lekker uit te buiken. Afgelopen jaar vond Mona het nog heerlijk om door een verzorger te worden vastgehouden. De verzorgers vervullen vaak een moederlijke rol voor de verweesde baby’s. Mona wordt echter steeds onafhankelijker en heeft er nu steeds minder behoefte aan om te worden vastgehouden. “Smelly Selly” Orang-oetans maken zich meestal niet zo druk om uitwerpselen. Soms gaat een orang-oetan zelfs met zijn mond wijd open onder een andere orang-oetan hangen om zijn urine op te vangen. En nog niet zo lang geleden hield Jojo haar eigen poep in haar hand en bestudeerde het even voordat ze het op de grond gooide. Toen Selly pasgeleden plotseling een wind liet, rende Dora echter hard weg om de stank te ontvluchten. Niet naar beneden kijken! Toen de baby’s pasgeleden in het speelbos waren, lukte het Mona om tamelijk hoog in een boom te klimmen. Toen ze op een gegeven ogenblik naar beneden keek, begon ze hard te schreeuwen. Ze wilde graag weer naar beneden, maar wist niet hoe. Gelukkig kunnen de meeste verzorgers erg goed klimmen. Eén van de verzorgers slaagde erin naar haar toe te klimmen en haar te hepen weer naar beneden te komen. Mona was echter niet de enige soms wat overmoedig wordt. Maya had begin dit jaar een vergelijkbare ervaring. Maya klimt vaak achter Selly aan en begint vaak te schreeuwen als ze Selly niet kan bijhouden. In dat geval wacht Selly even of ze Maya zelfs ophalen. Het is een paar keer voorgekomen dat Selly probeerde om Maya vooruit te helpen, maar dat Maya bang werd en niet meer wist welke kant ze op moest. De verzorgers moeten dan op de een of andere manier bij haar zien te komen om haar te troosten het haar veilig weer naar beneden te helpen. Niet alle takken zijn echter sterk genoeg om een mens te dragen, dus soms gebruiken ze lange stokken om haar een handje te helpen. Soms besluit Maya dat de uitdaging om Selly achterna te klimmen te groot is en klimt ze in een naburige boom om toch dicht bij haar te zijn.

Lees meer

Bladeren

Mona speelt vaak in haar eentje. Dat is voor een orang-oetan niet gek. Anders dan andere mensapen als chimpansees en gorilla’s, zijn orang-oetans tamelijk solitair. Mona is dan ook niet de enige die zich goed in haar eentje kan vermaken: ook Boy en Selly spelen vaak alleen.Toch kan Mona eigenlijk met iedereen goed opschieten. Vooral met Dora en Aming. Mona ontwikkelt zich goed. Hoewel ze nog erg klein is – ze is pas een jaar of twee – kan ze bijvoorbeeld al goed zelfstandig eten. Ze is vooral gek op banaan. Wie ook gek is op fruit, is Beno. Beno heeft echter de eigenaardige gewoonte om verschillende soorten vruchten met schil en al op te eten. Verrijkingsmateriaal Mona kan ook al goed boomklimmen, maar dat zal ze uit zichzelf niet zo snel doen. Maar als ze samen met andere orang-oetans speelt die wél graag de bomen in willen, dan doet Mona ook gewoon mee. Met verrijkingsmateriaal heeft Mona echter nog wat moeite. Ze doet graag met de anderen mee als ze verrijkingsmateriaal krijgen aangeboden, maar ze begrijpt vaak nog niet hoe ze bij het eten moet komen dat er in is verstopt. Mona let wel goed op hoe anderen dat doen. Bladeren Voorheen moest Mona altijd huilen en kon ze niet slapen als er niet heel veel bladeren op de slaapplekken van de baby’s lagen. Daar is ze nu overheen en dat is maar goed ook. Als de baby’s aan het einde van de middag bladeren krijgen om een nest van te bouwen, wordt er zo druk mee gespeeld dat er soms uiteindelijk niets meer op de slaapplekken ligt. De meeste orang-oetans slapen bij elkaar in de slaapbakken. Boy slaapt tegenwoordig vaak alleen in de ton die in het babyverblijf hangt.

Lees meer

Sirene

De kleine Mona is voortdurend in beweging, zij het meestal rustig in haar uppie. Ze gaat niet zo veel om met de andere orang-oetans: ze vindt het leuker om in haar eentje rond te hangen. Terwijl Selly en Dora allebei nogal veel herrie maken en vooral Selly altijd in is voor wat actie, kijkt Mona vanaf een afstandje rustig toe. Als de orang-oetans verrijkingsmateriaal krijgen aangeboden, is Mona net geïnteresseerd genoeg om het in haar handen te houden en het met zich mee te sjouwen. Ze gaat er niet zo wild mee te keer als Selly. Als de andere orang-oetans klaar zijn met hun eigen verrijkingsmateriaal, dan proberen ze vaak het verrijkingsmateriaal van Selly af te pakken. Daar raakt ze soms een beetje van overstuur, maar meestal kan het haar niet zo veel schelen. Melk Met melk is dat anders. Als de verzorgers een beetje laat zijn met de melk, dan gaat Mona af als een sirene. Schreeuwen om melk was eigenlijk Terra’s taak, maar sinds zij in Tembak zit heeft Mona die rol met grote toewijding overgenomen. Mona’s beste vriend is nog steeds Aming. Aming vind het echter ook leuk om met anderen te spelen. Vooral met Boy kan hij het goed vinden. Boy zit nog niet zo lang in de babygroep en hij speelt nog niet veel met de andere orang-oetans. Boy Boy is een jaar of vijf. Hij is nogal klein voor zijn leeftijd en hij heeft een heel lichte huid. Dit zijn allebei ondervoedingsverschijnselen. Boy is erg aan mensen gewend geraakt en voelt zich zelfs meer op zijn gemak met mensen dan met orang-oetans. Als er verzorgers langs het babyverblijf lopen, dan grijpt hij hun hand en nodigt ze uit om samen met hem op te lopen. Gelukkig leert Boy nu ook dat orang-oetans zijn vrienden zijn. Toen hij in de groep werd geïntroduceerd, was hij nog ontzettend bang voor alle andere baby’s. Hoewel hij één van de grootste was, kroop hij steeds angstig naar de verzorgers en hield zich stevig aan hen vast. Soms probeerde Boy de anderen zelfs als waarschuwing te bijten als ze te dicht bij hem kwamen om met hem te spelen, en als er te veel baby’s op hem afkwamen verstopte hij zich achter de verzorgers. Net als Mona, die in haar eigen tempo leert om een zelfstandige orang-oetan te worden, past Boy zich nu langzaam aan aan het leven binnen de groep. Op een keer zijn de verzorgers samen Boy en Aming even apart gaan zitten. Na een tijdje liet Boy zijn verzorger een beetje los begon hij Aming zelfs een beetje aan te halen! Het ijs was gebroken. Nest Aan het einde van de dag helpen de verzorgers de baby’s bij het maken van een nest. Ze stoppen bladeren in hun slaapmanden om een slaapplaats te maken dat op een nest lijkt. Mona is gek op haar bladerbed. Ze zit erop, kauwt op alles wat eetbaar is en speelt met de bladeren totdat Selly en Dora het nest weer komen ontmantelen. Ze slaapt vaak samen met Maya en Selly in een nest of samen met Aming.

Lees meer

Babyverblijf

Mona ziet er wat tengerder uit dan Aming. Ze huilt ook meer dan hij. Aanvankelijk zaten Mona en Aming met z’n tweeën in een verblijf, maar inmiddels zijn ze naar het grote babyverblijf verhuist. Daar zitten ze nu met Dora, Selly en Maya. Mona vindt het nog steeds prettig om in het speelbos in het SOC door de verzorgers gedragen te worden. Het duurt even voordat ze de verzorgers loslaat en ook de bomen in klimt. Langzaamaan wordt gelukkig ook Mona zelfstandiger

Lees meer